Bear Cave, Natuurmonument grot in Winden am See, Oostenrijk
De Bärenhöhle, ook Ludlloch genoemd, is een laagspleetgrot op de westhelling van de Zeilerberg, ongeveer drie kilometer ten noorden van Winden am See. Ze heeft twee zuidwestelijk gerichte ingangen van elk drie meter breed en 1,6 meter hoog, met sporen van oude dichtmetseling. Binnen is één ruimte van 45 meter lang met korte zijgangen; sinds 1978 zijn de ingangen voorzien van traliedeur.
De grot is een spleetgrot die waarschijnlijk in het Pannonien ontstond als brandingsgrot van de Mioceen Paratethyszee in kalksteen, ongeveer 20 m boven de weg op de westhelling van de Zeilerberg. Opgravingen onder leiding van paleontoloog Kurt Ehrenberg van 1929 tot 1931 leverden botten op van holenberen, bruine beren, holenhyena's en wolven. Sinds 1929 is ze beschermd.
De grot heet ook Ludlloch, en haar naam herinnert aan de holenbeerresten die tussen 1929 en 1931 onder leiding van paleontoloog Kurt Ehrenberg werden opgegraven, samen met botten van bruine beer, holenhyena en wolf. Een compleet skelet van een holenbeer staat opgesteld in het Turmmuseum in Breitenbrunn, niet ver daarvandaan.
De grot is een beschermd natuurmonument en betreden is verboden; de ingangen hebben sinds 1978 traliedeurten. Ze ligt ongeveer drie kilometer ten noorden van Winden am See aan de westhelling van de Zeilerberg, circa twintig meter boven de weg. De twintig meter zuidelijker Cepaeahöhle is niet gesloten.
De grot is gesloten voor bezoekers: ze is sinds 1929 beschermd natuurmonument en betreden is verboden. De twee zuidwestelijk gerichte ingangen van elk 3 m breed en 1,6 m hoog kregen in 1978 traliedeurs. In de grot leeft de vale vleermuis (Myotis myotis), de grootste in Midden-Europa voorkomende vleermuissoort.
De community van nieuwsgierige reizigers
AroundUs brengt duizenden geselecteerde plaatsen, lokale tips en verborgen pareltjes samen, dagelijks verrijkt door meer dan 92.883 bijdragers wereldwijd.