Betalov spodmol, Archeologische vindplaats nabij Postojna, Slovenië
Betalov spodmol is een karstachtige rotsabri op de helling boven de weg Postojna–Bukovje, ongeveer 2 km ten noordwesten van Postojna. De ingang ontstond door het instorten van het plafond van een 174 m lange grot die door de Pivka was uitgesleten. Opgravingen legden een meer dan 10 m diep profiel met acht cultuurhorizonten bloot; vijf lagen bevatten stenen werktuigen en botten van meer dan 2.400 dieren.
Franco Anelli groef de site op tussen 1933 en 1939 en vond paleolithische artefacten en dierlijke resten, maar zijn werk bleef grotendeels ongepubliceerd en zijn administratie ging verloren. Srečko Brodar hervatte van 1947 tot 1953 de systematische registratie en documenteerde een meer dan 10 meter diep profiel met acht culturele horizonten. De oudste lagen, toegeschreven aan het Mindel-Riss-interglaciaal, bevatten proto-mousterien werktuigen en botten van de Deningerbeer van ongeveer 300.000 jaar oud. Op 22 december 1984 werd de site uitgeroepen tot monument van lokaal belang.
De naam Betalov spodmol betekent in het Sloveens „Betal's holte”; de vindplaats ligt ongeveer 2 km ten noordwesten van Postojna, direct boven de weg Postojna–Bukovje. Samen met Divje babe I en Potočka zijalka is het een van de drie belangrijkste paleolithische grotvindplaatsen van Slovenië. Sinds 22 december 1984 is het beschermd als monument van lokaal belang, geregistreerd onder nummer 859.
De abri ligt op de helling direct boven de weg Postojna–Bukovje, ongeveer 2 km ten noordwesten van Postojna, en is te voet vanaf de wegrand bereikbaar. De ingang is een opening ontstaan door instorting van het plafond, geen ingerichte grot: er zijn geen looppaden, verlichting of leuningen. Het opgegraven profiel is meer dan 10 m diep en de afzettingen zijn beschermd als monument van lokaal belang; bekijk de wanden zonder ze aan te raken of te beklimmen.
Het profiel van 10 meter telt acht culturele horizonten; vijf afzonderlijke lagen leverden botten van meer dan 2.400 dieren op, samen met stenen werktuigen. De oudste laag, ongeveer 300.000 jaar oud, bevatte proto-moustérien werktuigen en botten van een Deninger-ber. De opgravingsadministratie van Franco Anelli (1933-1939) is verloren gegaan, waardoor veel van zijn materiaal uit het laat-pleistoceen niet meer in stratigrafisch verband kan worden geplaatst.
De community van nieuwsgierige reizigers
AroundUs brengt duizenden geselecteerde plaatsen, lokale tips en verborgen pareltjes samen, dagelijks verrijkt door meer dan 93.471 bijdragers wereldwijd.