Artificial caves of Alapraia, Archeologische begraafplaats in Estoril, Portugal
De kunstmatige grotten van Alapraia zijn vier in mergelkalk met stenen werktuigen uitgehakte hypogea, elk een lage gang die eindigt in een ronde kamer met een met platen afgesloten lichtopening. Grot 1 is de grootste: kamer van 6,2 m doorsnee en 2,8 m hoog, gang van 19 m; grotten 2 tot 4 meten 4,2 tot 6,2 m.
De geoloog Francisco de Paula Oliveira beschreef grot I in 1889, toen die dienst deed als houtopslag en dierenverblijf. Eugénio Jalhay en Afonso do Paço groeven grotten II en III op in 1932 en 1942, en grot IV werd in 1943 ontdekt bij werkzaamheden voor de aanleg van een fontein. Het geheel werd in 1945 geklasseerd als Onroerend Erfgoed van Openbaar Belang.
Deze grotten tonen hoe gemeenschappen uit het Laat-Neolithicum hun doden begroeven, met lichamen gerangschikt langs de kammerwanden en rituele objecten ernaast. Deze praktijken weerspiegelen de spirituele overtuigingen en sociale organisatie van deze oude volkeren.
De vier grotten liggen midden in Alapraia, omringd en deels overbouwd door moderne woningen; ze zijn ter plaatse gemarkeerd maar gesloten voor gewone bezoekers. Grot I is omgeven door een hoge muur. De vondsten zijn te zien in de in 1942 ingerichte archeologiezaal van het museum Condes de Castro Guimarães in Cascais, enkele stukken in het Museu da Vila.
De speciale centrale openingen gaven deze grotten de naam coelheira-type, omdat ze alternatieve ingangspunten boden wanneer de gangen werden geblokkeerd. Dit slimme ontwerp van prehistorische bouwers zorgde ervoor dat de grafkamers zelfs onder moeilijke omstandigheden toegankelijk bleven.
De community van nieuwsgierige reizigers
AroundUs brengt duizenden geselecteerde plaatsen, lokale tips en verborgen pareltjes samen, dagelijks verrijkt door meer dan 93.447 bijdragers wereldwijd.