Zōjō-ji, Boeddhistische tempel in Shibakōen, Tokyo, Japan
Zōjō-ji is een Jōdo-shū-boeddhistische tempel in Shibakōen, Tokio, waarvan de hoofdpoort, de 21 meter hoge Sangedatsumon, uit 1622 dateert. De in 1974 herbouwde Daiden heeft een brede onderste verdieping en een hogere bovenverdieping met donkere daken en opgetrokken hoeken; een lang wit doek met donkere ronde emblemen hangt over de onderste gevel, en een stenen trap leidt naar de ingang.
Monnik Shōsō stichtte de tempel in 1393, waarmee hij een centrale rol kreeg binnen de Jōdo-school. Toen Tokugawa Ieyasu zijn macht consolideerde in 1598, verplaatste hij het complex naar de huidige locatie en maakte het de familietempel van zijn clan.
De naam Zōjō-ji is geen vertaling van "verheven top"; het is de Japanse naam van de tempel, waarvan de bergnaam San'en-zan is. De tempel behoort tot de Jōdo-school (Rein Land), en op het terrein ligt de Sentai Kosodate Jizō-tuin, waar rijen stenen beelden ongeboren kinderen voorstellen en ouders ze versieren met kleine kleding en speelgoed.
Het hoofdterrein is gratis toegankelijk voor bezoekers, en mensen kunnen door de poorten lopen om de gebouwen en de binnenplaats te bekijken. Het mausoleum ligt iets verderop en vereist een korte wandeling, met paden die grotendeels vlak en gemakkelijk begaanbaar zijn.
De Sangedatsumon-poort uit 1622 is het enige originele gebouw van Zōjō-ji dat de Tweede Wereldoorlog overleefde; hij is 21 meter hoog en sinds 1915 een Belangrijk Cultureel Bezit. Wie erdoorheen gaat, wordt bevrijd van de drie vergiften hebzucht, haat en onwetendheid. In oktober 2022 werd de bovenverdieping voor het eerst sinds de bouw 's nachts opengesteld voor het publiek.
De community van nieuwsgierige reizigers
AroundUs brengt duizenden geselecteerde plaatsen, lokale tips en verborgen pareltjes samen, dagelijks verrijkt door meer dan 92.663 bijdragers wereldwijd.