Bajóti Büdös Cave, Beschermde grot in Bajót, Hongarije.
De Bajóti Büdös-grot opent aan de voet van een spleetvormige inzinking op het Domonkos-hegy-plateau buiten Bajót. De 1,3 m brede en 1 m hoge ingang leidt via een nauw, met puin gevuld deel naar een brede gang op het zuiden, 11 m lang en 1,5–3,8 m breed. De holte ontstond in Midden-Eoceen zandsteen langs noordwest–zuidoost en noord–zuid lopende breuken.
Pas in 1989 verschijnt de naam Bajóti Büdös-lyuk in de literatuur; eerdere bronnen noemden haar Büdös-lyuk, Büdöslyuk of Domonkos-hegy barlangja. In 1986 opende de karst- en speleologische onderzoeksgroep Vértes László door de instortingsdoline open te breken een gangenstelsel van ongeveer 90 m lang en 20 m diep in zandsteen, en in augustus bouwde een onderzoekskamp de ingang uit en sloot die af. De vereniging Gerecse kreeg in 1990 een onderzoeksvergunning en onderhield het slot.
De grot dankt zijn naam aan een fenomeen dat in de winter zichtbaar is: mist die uit de ingang opstijgt. Deze natuurlijke verschijning inspireerde lokale bewoners om het Büdös-lyuk te noemen, wat weerspiegelt wat reizigers in de koude maanden kunnen waarnemen.
De grot is afgesloten en alleen te bezoeken met een vergunning, als deel van een onderzoeksgroep en voor onderzoeksdoeleinden. Bezoeken zijn het hele jaar beperkt om de vleermuizen te beschermen. De ingang ligt op de bodem van een spleetvormige inzinking op het Domonkos-hegy-plateau, nabij de Országos Kéktúra-route.
De Hongaarse naam van de grot, Büdös-lyuk, komt van de dampwolk die in de winter uit de ingang komt. De Gerecse Vereniging voor Grotonderzoek en Natuurbescherming stelde hier zeven vleermuissoorten vast, waaronder de kleine hoefijzerneus, de Bechsteinvleermuis en de mopsvleermuis.
De community van nieuwsgierige reizigers
AroundUs brengt duizenden geselecteerde plaatsen, lokale tips en verborgen pareltjes samen, dagelijks verrijkt door meer dan 92.882 bijdragers wereldwijd.