Bodajki-tó, Natuurlijk meer in het graafschap Fejér, Hongarije
De Bodajki-tó is een natuurlijk meer in het comitaat Fejér bij Bodajk, gevoed door warme bronnen. Het water bevat magnesium, koolzuur, ijzer en saponiet, waardoor de vrouwen van Bodajk hun was zonder zeep wit konden krijgen. Een rapport uit 1765 beschreef deze samenstelling al.
Het eerste deskundigenrapport over het water van het meer dateert uit 1765 en vermeldde grote hoeveelheden zeepaarde, waarmee de vrouwen van Bodajk hun was zonder zeep wit kregen. De ontwikkeling tot kuuroord begon in de 19e eeuw; advocaat Szekrényessy József (1811–1877) huurde en verbeterde het meer lange tijd. Nadat de kolenmijnbouw de bronnen had laten opdrogen, werd het meer in 1992 hersteld en wordt het gevoed door een 170 m diepe put.
Het meer wordt gevoed door bronnen met magnesium, koolzuur en zeepaarde; een deskundigenrapport uit 1765 stelde vast dat de vrouwen van Bodajk hun was zonder zeep wit kregen. Het water werkt alleen verwarmd en staat bekend bij reuma. Het meer is verbonden met Szekrényessy József, advocaat en eerste notaris van Pest, die het lang pachtte en ontwikkelde.
Het meer ligt bij Bodajk in het comitaat Fejér. Na het einde van de mijnbouw steeg het karstwaterpeil weer en werd de bekleding van de betonnen bassinbodem weggehaald, zodat het water hier opwelt. De natuurlijke aanvoer veroorzaakt algen en waterplanten, bestreden met amurkarpers en vanaf 2015 met een watercirculatiesysteem.
In 1765 werd het water van het meer beschreven als bevattend zogenaamde zeepaard, waarmee de vrouwen van Bodajk hun was wit konden krijgen zonder zeep of reinigingsmiddel. Hetzelfde rapport vermeldde magnesium, koolzuur, sodazout, ijzer en loogzout in de bronnen die het meer voeden.
De community van nieuwsgierige reizigers
AroundUs brengt duizenden geselecteerde plaatsen, lokale tips en verborgen pareltjes samen, dagelijks verrijkt door meer dan 92.863 bijdragers wereldwijd.