Chapel of Our Lady of Chiquinquirá, Koloniaal religieus monument in La Ceja del Tambo, Colombia.
De Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Chiquinquirá is een koloniale kerk aan de oostzijde van het hoofdplein van La Ceja, met één rechthoekig schip. De gevel, in 1866 opgetrokken door priester José Joaquín Isaza Ruíz, draagt de houten beelden van de heiligen Petrus en Paulus die van de oude gevel van de Karmelkerk kwamen. Binnen staan een gesneden houten altaarstuk, een preekstoel en schilderijen uit de 16e tot 18e eeuw, waaronder werken van Gregorio Arce y Ceballos.
De bouw van de kapel begon in 1820 op grond die door María Josefa Marulanda was geschonken, ter vervanging van een eerder heiligdom uit El Hato dat in 1792 was afgebroken. Het gebouw werd later een officiële bewaarplaats voor religieuze kunstwerken en groeide uit tot een belangrijk centrum voor de instandhouding van Colombiaans cultureel erfgoed.
In de kapel liggen de dichter Gregorio Gutiérrez González en zijn vrouw Julia de Isaza, oud-president Juan de Dios Aranzazu en de politicus José María Bernal begraven. Sinds 1968 dient ze ook als pantheon van de verdienstelijke zonen van La Ceja; de houten beelden van Petrus en Paulus aan de gevel komen van de oude gevel van de Carmekerk.
De kapel ligt op loopafstand in het centrum van La Ceja del Tambo en is gemakkelijk bereikbaar vanuit het stadscentrum. Bezoekers moeten tijd inruimen om de kunstwerken binnenin zorgvuldig te bekijken, omdat de collectie gedetailleerd is en nauwkeurige observatie verdient.
Het gebouw ontving in 1968 de officiële aanwijzing als Tempel-Museum voor Religieuze Kunst, waardoor het een van de eerste van dit soort in de regio werd. Deze classificatie maakte het tot een vroeg voorbeeld van de omzetting van historische kerken in musea om hun artistiek erfgoed te beschermen.
De community van nieuwsgierige reizigers
AroundUs brengt duizenden geselecteerde plaatsen, lokale tips en verborgen pareltjes samen, dagelijks verrijkt door meer dan 92.839 bijdragers wereldwijd.