Bogovina Cave, Grot in het Kučajgebergte, Boljevac, Servië
De Bogovina-grot heeft 5.020 m gangen in Mesozoïsche kalksteen, waarvan 550 m op 2.201 m² voor bezoek is ingericht. De ingang is een mijnschacht van 4 m breed en 5,35 m hoog op 268,3 m hoogte. Dragutin Petrović onderscheidde drie niveaus: hoog (droog), hoofd (periodiek) en ponor (rivier).
Jovan Cvijić heeft nooit van de Bogovina-grot geweten, omdat de dorpelingen die als schuilplaats gebruikten en voor hem verborgen hielden. Dragutin Petrović bracht in 1957 3.118 m in kaart en in 1961 3.157 m. In 1975-1976 voegden Petrović, Gavrilović en Lješević 1.503 m toe, waardoor de totale lengte op 5.020 m kwam. In 2020 werden in de grot gevonden fossiele tanden van Stephanorhinus hundsheimensis gepubliceerd, de eerste gedocumenteerde vondst van deze soort in Servië.
De bewoners gebruikten de grot lang als schuilplaats en verstopte plek en lichtten de geograaf Jovan Cvijić niet in, zodat hij de toen langste grot van Servië nooit onderzocht. Vandaag ligt de ingang op grond van Srbija šume, met een infocentrum en gidsdienst in een jachthuis op ongeveer 200 m.
De grot ligt ongeveer 14 km van Boljevac en 6 km van de hoofdweg Paracin-Zajecar, bereikbaar via een grindpad vanaf de kolenmijn Bogovina. Een voetpad leidt naar de ingang, en een infocentrum met gidsen en horeca huist in een jachthuis op ongeveer 200 m. Het ingerichte deel is 550 m lang.
Jovan Cvijić, grondlegger van de Servische karstologie, kende deze toen langste grot van Servië niet. De dorpelingen hielden haar geheim als schuilplaats en schuilhol, en alleen de eerste 1.000 m waren bekend; verder lag een watersifon die alleen in droge jaren begaanbaar was.
De community van nieuwsgierige reizigers
AroundUs brengt duizenden geselecteerde plaatsen, lokale tips en verborgen pareltjes samen, dagelijks verrijkt door meer dan 93.139 bijdragers wereldwijd.