Sanctuary of Hera Lacinia, Archeologische site van het antieke Griekse heiligdom in Capo Colonna, Crotone, Italië
Het heiligdom van Hera Lacinia ligt op een lage, met gras begroeide landtong bij Capo Colonna, nabij Crotone. De blootgelegde resten zijn van lichtgrijze en beige steen: lage, fragmentarische muurlijnen, rechthoekige kamerplattegronden en vloerfragmenten, met een lange rechte muur die diagonaal door het midden naar een groot rechthoekig omheind terrein loopt. Rechts ligt een breder geplaveid vlak; geen zuilen, dak of gevel staan nog overeind, en een metalen hek begrenst de voorzijde.
Het heiligdom werd gesticht aan het einde van de 6e eeuw v.Chr. en diende Magna Graecia tot de 4e eeuw v.Chr., toen de Italiotische bond zijn federale schat naar Herakleia bij Tarente verplaatste. De grote Dorische tempel verrees rond 480-470 v.Chr. boven een oudere archaïsche tempel. Tussen de 16e en 19e eeuw werden de ruïnes weggehaald voor het Castello di Carlo V, de stadsmuren en de haven van Crotone.
Het heiligdom was genoemd naar de kaap Lacinion, die Hera haar bijnaam Lacinia gaf; de huidige naam Capo Colonna herinnert aan de laatste staande zuil, de oudere naam Capo Nao komt van het Griekse naos, tempel. De plek bewaarde de bondsschat van de Italiotische bond tot die naar Herakleia bij Tarente werd overgebracht. De schilder Zeuxis maakte eind 5e eeuw v.Chr. schilderijen voor de tempel, waaronder een Helena van Troje die later door Pyrrhus naar Ambracia en in 189 v.Chr. naar Rome werd gebracht.
De site ligt op de landtong van Capo Colonna, bereikbaar vanuit Crotone via een kustweg of vanaf de SS 106 bij Sant'Anna via de SP 50. De blootgelegde fundamenten liggen vlak op een grasrijke landtong achter een metalen hek, zonder staand dak of gevel; de enige Dorische zuil rust op de resten van het stylobaat. De Via Sacra, ongeveer 60 m lang en meer dan 8 m breed, loopt langs het heiligdom. De vondsten, waaronder de marmeren dakdelen en wijgeschenken, worden in Crotone bewaard.
Cicero verhaalt, Coelius Antipater aanhalend, dat de tempel een gouden zuil bezat. Hannibal, die voor zijn vertrek uit Italië in 206 v.Chr. drie winters in de buurt legerde, boorde erin om te controleren of het goud massief was en wilde hem naar Carthago meenemen; door Juno in een droom gewaarschuwd, liet hij uit de boorspanen een kleine vaars gieten en bovenop plaatsen.
De community van nieuwsgierige reizigers
AroundUs brengt duizenden geselecteerde plaatsen, lokale tips en verborgen pareltjes samen, dagelijks verrijkt door meer dan 93.674 bijdragers wereldwijd.